Categorie archief: interpunctie

Aanhalingstekens

Aanhalingstekens – wanneer gebruik je ze?

aanhalingstekensEén ding is duidelijk: omtrent het gebruik van aanhalingstekens zijn er geen vaste regels. In die zin ben je vrij om ze te gebruiken zoals jij het wil. Maar dat is natuurlijk niet zo’n goed idee, want adviezen hieromtrent zijn er wel degelijk. Lees dus even verder.

 

Dubbele, enkele of zelfs geen aanhalingstekens

Omdat er eigenlijk geen vaste regels zijn, is het lastig om duidelijkheid te verschaffen. Het is vooral handig het volgende te doen: gebruik dubbele aanhalingstekens als het echt een citaat betreft. Is dat niet het geval, gebruik dan slechts enkele. In een enkel geval gebruik je er zelfs helemaal geen, terwijl je ze daar wel verwacht. Drie voorbeelden die alle drie correct zijn:

aanhalingstekens

  1. Jan zei tegen Piet: “Ga eens naar je werk. Het al laat.”
  2. De ober vroeg: “Wilt u nog wat drinken?”
  3. Het was echt een scriptie van ‘likmevestje’.
  4. Hij dacht: morgen ga ik lekker naar het voetbal kijken.
  5. Morgen ga ik voetballen kijken, dacht ik zojuist.

Bij zin 1 en 2 zie je dat het een citaat betreft. Dus daarom gebruiken we de dubbele aanhalingstekens. In zin 3 is ‘likmevestje’ een niet gangbare uitspraak. In dit geval is het handig dit middels enkele aanhalingstekens aan te geven. Bij het melden van een gedachte – zoals bij zin 3 – schrijf je er geen. Ook de hoofdletter ontbreekt, terwijl de dubbele punt wel gewenst is.

[maxbutton id=”13″]

Onderbroken citaat

Met bovenstaande adviezen omtrent de aanhalingstekens kom je een heel eind. Wat moet je nu doen als een citaat wordt onderbroken? Moet je dan tweemaal de dubbele aanhalingstekens gebruiken? Ja, inderdaad. We laten het zien aan de hand van een tweetal voorbeelden:

  1. “Kortom,” liet hij nog eens weten, “het was maar rustig in de stad vanmiddag.”
  2. “Waarom,” realiseerde hij zich ineens, “doet iedereen zo naar tegen me?”

 

[maxbutton id=”17″]

 

 

 

 

 

 

 

Wifi, wifi of Wi-fi

wifiIs het nou Wifi, wifi of Wi-fi?

De woordenschat van de Nederlandse taal wordt snel groter. Op zich is dat ook wel logisch, maar het lijkt de laatste decennia toch wel heel erg snel te gaan. Dat heeft onder meer betrekking op het woord wifi. Of was het nou wi-fi? Lees hieronder wat de juiste schrijfwijze is.

Wifi is juist

De juiste schrijfwijze is wifi. U zult ongetwijfeld in bladen, op websites en op tv andere schrijfwijzen tegenkomen. Onthoud dat dit de enige echte goede schrijfwijze is. Deze term is eigenlijk een verzamelnaam van alle draadloze netwerken, terwijl het ook de benaming kan zijn van één specifiek netwerk. “Hebt u hier gratis wifi?”

 

Waar komt het woord vandaan?

spellingscontrole scriptieHet woord lijkt op het woord hifi. Hifi is de afkorting voor de woorden high fidelity. Eigenlijk is hierdoor de afkorting wireless fidelity ontstaan. Dit soort verkortingen wordt in de regel met kleine letters geschreven.

U zult ongetwijfeld eens een andere schrijfwijze tegenkomen voor dit woord. De schrijfwijze wi-fi zal in verschillende gevallen ook niet fout worden gerekend, omdat het geplaatste streepje als een verduidelijking van het betreffende woord kan worden gezien. Toch is het strikt genomen niet goed.

Er zijn gevallen waar zo’n streepje ter verduidelijking wel is toegestaan. Dan hebben we het bijvoorbeeld over het woord wifi-verbinding. In zulke gevallen is een streepje zeer gewenst.

 

[maxbutton id=”13″]

 

Vergelijking internetabonnementen

Nu u op deze webpagina over wifi bent aanbeland, bent u wellicht op zoek naar een geschikt internetabonnement. Kijk daarom gerust even op een van onze partnersites. Daar wordt u uitvoerig en correct geïnformeerd over de verschillende internetabonnementen die beschikbaar zijn. De websites http://www.aanbiedercheck.nl/  en http://www.laagsteprijswijzer.nl/ zijn hiervoor uitermate geschikt.

 

[maxbutton id=”17″]

 

Voor meer informatie over tekstcorrectie en spellingscontrole van je proefschrift of scriptie kan contact worden opgenomen met Peter Kanters van de De Schrijfdokter. Bel naar 06 – 14 87 45 86 of mail naar info@spellingscontrole.com.

 

 

Komma

Komma – wanneer wel en wanneer niet

Het gebruik van de komma is in de Nederlandse taal een van de moeilijkste aspecten. Toch hechten we er weinig waarde aan. Zeker voor allochtone jongeren die een scriptie of proefschrift moeten schrijven, valt het niet mee.komma

Het probleem van dit leesteken is zijn veelzijdigheid. Er zijn te veel momenten waarop u ‘m mag gebruiken, maar waar het gebruik ervan niet noodzakelijk is. Het mag dus wel, maar het hoeft niet. Nou, daar zijn we lekker klaar mee. Eén zeer noodzakelijke functie van de komma kunnen we u wel meegeven. Als een zin vraagt om een rustpunt, plaats dan zeker een komma.

Wanneer kan de komma worden geplaatst:

  • Tussen gelijkwaardige bijvoeglijke naamwoorden
  • In opsommingen
  • Voor en na een uitbreidende bijzin
  • Voor en na een bijstelling
  • Voor en/of na een aanspreking
  • Na de aanhef boven een brief

 

[maxbutton id=”13″]

 

Tussen gelijkwaardige bijvoeglijke naamwoorden – Bekijk het volgende voorbeeld waar de komma op de juiste manier wordt gebruikt: “Het bier zat in een mooie, grote, ronde fles.” Let op: de komma wordt alleen tussen de bijvoeglijke naamwoorden geplaatst, als deze gelijkwaardig zijn. Dat is in bovenstaand voorbeeld het geval. In de volgende zin zijn de bijvoeglijke naamwoorden niet gelijkwaardig en wordt de komma weggelaten: “De originele marmeren tafel stond op de eerste etage.”

kommaIn opsommingen – Het plaatsen van komma’s in opsommingen is absoluut niet moeilijk. Uitzonderingen zijn er simpelweg niet. Een voorbeeld: “Hij eet appels, bananen, pruimen, citroenen en mango’s.”

Voor en na een uitbreidende bijzin – “De rode auto, die tussen de gele en de groene stond, beschikt over een navigatiesysteem.”

Voor en na een bijstelling – “Mark Rutte, de minister-president van Nederland, deed het kabinet een passend voorstel.”

Voor en/of na een aanspreking – “Peter, heb jij je huiswerk al af?” Een ander voorbeeld: “Luister, vervelende knul, geef mijn fiets eens terug!”

Na de aanhef boven een brief – “Geachte heer/mevrouw,….”

 

Niet plaatsen van een komma

Het niet plaatsen van een komma is in bovenstaande gevallen min of meer foutief. Maar nogmaals, er bestaan eigenlijk geen vaste regels voor. Toch is het handig deze ‘regels’ te bestuderen en in de praktijk te brengen. Eerder hadden we het al over een komma als rustpunt in de zin. In het volgende voorbeeld is een rustpunt zeer gewenst.

“Nu ik er wat langer over nadenk, had ik het anders moeten doen.”

Bovenstaande zin is samengesteld uit twee kleinere zinnen. Dat zie je doordat er tweemaal een persoonsvorm en tweemaal een onderwerp in staat. Als de twee persoonsvormen naast elkaar staan (nadenk en had), is het voor de lezer prettiger als zich daartussen een komma bevindt. Dit advies hoeft echter minder streng te worden opgevolgd, als zo’n samengestelde zin aanzienlijk korter is, namelijk: “Voor je het weet is het al te laat.”

 

Kortom, het gebruik van de komma is niet altijd eenvoudig. Komt u er zelf niet uit? Raadpleeg dan een ervaren corrector en benader De Schrijfdokter. Zij dragen zorg voor een juiste spellingscontrole en algehele tekstcorrectie. Ook voor het schrijven van foutloze teksten is De Schrijfdokter een betrouwbare en betaalbare optie.

[maxbutton id=”17″]