Auteursarchief: De Schrijfdokter

Het mooist of het mooiste

Wat is correct?

Kijk eens naar de volgende opties: Dat boek is het mooist óf Dat boek is het mooiste. Wat is het nou? Moet je nou wel of geen –e toevoegen in dit geval? En wederom zijn beide opties hier mogelijk.

Het mooist of het mooiste

Functie van het woord

Het is voornamelijk afhankelijk van de functie die het bijvoeglijk naamwoord heeft. Aan de ene kant kun je het ‘predicatief’ gebruiken. Dat houdt in dat het zelfstandig naamwoord waar iets over wordt gezegd niet direct achter het bijvoeglijk naamwoord staat. In dat geval gebruik je geen -e. Zeg je Dat is het mooiste boek, dan hebben we het over ‘attributief’ en voeg je altijd een -e toe. Je hebt ook nog een bijwoordelijke functie. Ook daar wordt geen -e toegevoegd. Dit gaat om zinnen als Hij liep het snelst, waarin het bijvoeglijk naamwoord iets zegt over het werkwoord.

In de bovenstaande gevallen zou je mooiste beide functies kunnen toedichten. Je kunt het zo zien dat mooist niet vóór boek staat en daarom geen -e krijgt. Je zou het ook kunnen bekijken alsof de zin eigenlijk Dat boek is het mooiste boek is. Dan is mooiste attributief gebruikt en krijg je wel een -e. Het is maar hoe je het bekijkt. Zie de volgende voorbeelden:

  • Haar weerstand is het slechtst.
  • Haar weerstand is de slechtste.
  • Nina houdt het meest van sperziebonen
  • Welke van deze films kijk jij het liefst?

Toch zie je wel dat er een bepaalde voorkeur is ontstaan. In schrijftaal wordt de vorm zonder -e het meest gebruikt. In de spreektaal is het precies andersom.

Heb je vaker van taalvragen zoals de kwestie het mooist of het mooiste? Stel ze gerust aan De Schrijfdokter. Ook voor een offerte kun je ons altijd benaderen. Wij hanteren altijd de taalregels, -richtlijnen en -adviezen van het Genootschap Onze Taal in Den Haag.

Mbo’er of mbo-er

Is het nou mbo’er of mbo-er?

Stel, je zit op het mbo. Moet je jezelf dan een mbo’er of mbo-er noemen? De juiste spelling is met een apostrof. Dit heeft te maken met regels voor de uitspraak. Je maakt een persoon van de onderwijsvorm door er -er achter te plakken. Het probleem hiermee is dat als je geen extra leesteken toevoegt, je het woord heel anders gaat uitspreken: mboer. Daarom voeg je dus de apostrof toe.

mbo'er of mbo-er

Waarom geen streepje

Maar waarom gebruik je dan geen streepje? Dat doe je tenslotte ook in mbo-studie, havo-leerling, tv-programma. Dat komt omdat het streepje na een afkorting alleen maar gebruikt wordt als er sprake is van een samenstelling. De twee delen van het woord kunnen dan ook los van elkaar voorkomen. Bij het gebruik van -er als achtervoegsel is dat niet zo en kun je het streepje dus niet gebruiken. Ditzelfde zie je bij andere afkortingen met een achtervoegsel om er meervoud of een verkleinvorm van te maken: wc’tje, tv’s. Meer voorbeelden waarin deze regel van toepassing is zijn: 65+’er, hbo’er, KNVB’er, mkb’er, pgb’er, zzp’er. En er zijn er nog veel meer.

Worstel je vaker met een taalprobleem en kun je het antwoord op internet niet vinden? Schroom dan niet je vraag voor te leggen aan De Schrijfdokter. We zullen ernaar kijken en je vraag gegarandeerd binnen 24 uur beantwoorden. Moet je toevallig een opdracht schrijven of wil je deze opdracht graag laten corrigeren? Ook dan kun je ons benaderen. Gelieve hiervoor dan het offerteformulier te gebruiken. Binnen een dag krijg je van ons een passende en scherpe offerte.

De Schrijfdokter houdt zich aan de regels, richtlijnen en adviezen van het Genootschap Onze Taal in Den Haag. Deze organisatie is leidend als het gaat om de Nederlandse taal. Wij melden je dit omdat verschillende organisaties een afwijkende mening kunnen hebben (met name bij de Dikke Van Dale) als het gaat om de schrijfwijze van een bepaald woord.

 

Lidwoorden bij winkelnamen

HEMA of de HEMA

Je hebt het je vast weleens afgevraagd: waarom hoor je zowel ik haal mijn kleren bij de H&M als ik haal mijn kleren bij H&M? Kortom, wat is het gebruik van lidwoorden bij winkelnamen? Het lastige van deze kwestie is dat hier geen vaste regels voor zijn. De ene keer zal het heel logisch klinken om het lidwoord weg te laten, soms lijkt het gebruik ervan niet te vermijden en in andere gevallen kan het gewoon allebei. Je kunt zeggen dat in de zin Hij doet boodschappen bij Jumbo prima is, maar ook Hij doet boodschappen bij de Jumbo kan. Je zult niet snel zeggen dat je naar Hema gaat, maar ook niet snel dat je inkopen doet bij de Pipoos. Toch kan ook deze voorkeur per persoon weer anders zijn.

Lidwoorden bij winkelnamen

Lidwoorden bij winkelnamen – verwijzing naar persoon

Toch zijn er wel bepaalde tendensen te ontdekken. Zo worden lidwoorden vaak weggelaten als de winkel is vernoemd naar een bepaald persoon. Denk hierbij bijvoorbeeld aan Albert Heijn, V&D en H&M. Het lidwoord wordt meestal wel gebruikt als de naam echt alleen wordt beschouwd als bedrijfsnaam: de Febo, de ING, de Praxis. Je ziet hier dat hoe minder de naam van een winkel nog bekend is als eigennaam, hoe vaker het lidwoord gebruikt wordt.

Daarnaast zie je dat dit vaker voorkomt bij grotere ketens. Je ziet ook dat als een winkelnaam gevormd wordt door een afkorting of lettergreepwoord het lidwoord bijna altijd wordt gebruikt. Zo gaan we meestal naar de Hema en de Sligro. Ten slotte zie je dat jongeren het lidwoord veel minder vaak weglaten. Overigens geldt dat laatste ook voor de bedrijven zelf. Ook zij laten het lidwoord over het algemeen weg in hun reclames.

Heb je vaker een taalprobleem waar je niet uitkomt, zoals bij lidwoorden bij winkelnamen? Vraag het De Schrijfdokter. Ook voor het aanvragen van een offerte kun je bij ons terecht. Wij volgen altijd de regels en richtlijnen van het Genootschap Onze Taal in Den Haag.

Hoe lang of hoelang

Welke variant is juist?

De ene keer zie je hoe lang staan, de andere keer worden de twee woorden aan elkaar geschreven. Maar wanneer mag het wel aan elkaar en wanneer juist niet? Het antwoord op deze vraag is vrij simpel. Heb je het over de fysieke lengte van iets (Hoe lang is die plank?), dan schrijf je de woorden los van elkaar. Als je spreekt van een lengte in tijd (Hoelang geleden is dat?) schrijf je de woorden aan elkaar. Hier nog wat voorbeelden:

  • Weet jij hoelang zij repeteren?
  • Hoe lang is het bed dat je hebt gekocht?
  • Hij kon zich niet meer herinneren tot hoelang hij moest werken.
  • Hoe lang is jouw zus?
  • Hoelang duurt de voorstelling?

hoe lang of hoelang

Hoe lang of hoelang – vroeger

Het is al ruim een eeuw geleden dat men de afzonderlijke woorden hoe en lang aan elkaar begon te schrijven. In het begin was het zo dat dat alleen gebeurde wanneer hoelang stond voor tot hoelang. Dat lees je ook terug in verschillende naslagwerken. Deze variant betekende hetzelfde als tot wanneer. Hoelang in de betekenis van ‘over welke periode in tijd’ is pas de laatste decennia in gebruik geraakt, maar inmiddels ook al helemaal ingeburgerd.

Worstel je vaker met dit soort taalvragen en kom je er niet uit? Schroom dan niet je vragen te stellen aan De Schrijfdokter. Wij bekijken je bericht en sturen je gegarandeerd binnen 24 uur een antwoord op je vraag. Ook voor een opdracht (particulier of zakelijk, dat maakt niet uit) kun je ons benaderen. Wij sturen je dan binnen een dag een scherpe offerte. Zou je zo vriendelijk willen zijn hiervoor ons offerteformulier te gebruiken?  De Schrijfdokter volgt altijd de regels, adviezen en richtlijnen van het Genootschap Onze Taal in Den Haag. Deze organisatie is leidend als het gaat om de Nederlandse taal.

Heel of hele

Heel of hele – wat is juist?

Wens je iemand een hele of een heel goede dag? Net zoals in heel veel andere gevallen die we al hebben gezien, zijn ook hier weer beide opties juist. Wel hangt het van de context af welke vorm het meest gebruikelijk is. Formeel gezien gebruik je heel, maar in spreektaal of informelere situaties kan hele ook prima. Zo zal een politicus het hebben over een heel ingrijpende bezuiniging terwijl je je oma een hele fijne verjaardag wenst.

heel of hele

Als je het technisch bekijkt is heel de enige vorm die de standaardspelling volgt. In een heel goede dag zegt heel namelijk iets over goed, niet over dag. Het is dus een bijwoord. Bijwoorden worden nooit verbogen door er een -e achter te zetten. Zo kun je niet zeggen een erge leuke winkel, omdat erg iets over leuke zegt.

Heel of hele – uitzondering

Bij heel kan dit dus wel in veel gevallen. Dit kan als het bijvoeglijk naamwoord dat op heel volgt ook vervoegd is met -e, net als goede in een hele goede dag. Hieruit komt ook voort dat de beide vormen alleen door elkaar te gebruiken zijn bij woorden met het lidwoord de. Je kunt niet een hele mooi boek zeggen bijvoorbeeld. Deze vormen zijn bovendien al lang in gebruik. Al in de 17de eeuw gebruikten verschillende schrijvers de oudere vorm heele in hun teksten. Ook verschillende naslagwerken en woordenboeken bevestigen de mogelijke vervoegingen van hele voor een vervoegd bijvoeglijk naamwoord.

Zoals eerder gezegd wordt hele in informelere situaties gebruikt. Dat komt omdat hele vriendelijker klinkt. De spreker zou volgens verschillende bronnen door het gebruik van hele beter laten zien dat hij meent wat hij zegt. Dat gevoel zit ook in uitingen die niet als wens zijn bedoeld: hij had hele mooie schoenen aan, Kas was een hele gevoelige jongen. Er komt door het gebruik van hele nog meer nadruk te liggen op het bijvoeglijk naamwoord. Dit is echter wel een subtiel verschil.

Heb je vaker dit soort taalvragen? Stel ze gerust aan De Schrijfdokter. Ook voor een vrijblijvende offerte mag je ons natuurlijk benaderen. Wij houden ons aan de taalregels van het Genootschap Onze Taal in Den Haag.

Meervoud Latijnse woorden

Meervoudsvormen

Wat is het meervoud van Latijnse woorden? Wie Latijnse les heeft gehad, kent vast nog die rijtjes die je uit je hoofd moest leren. Een aantal van die rijtjes hadden betrekking op de meervoudsvormen van woorden. Ondanks dat het Latijn een taal is die niet actief meer wordt geschreven, kan die kennis nog wel van pas komen, namelijk bij het vervoegen van de leenwoorden uit het Latijn in het Nederlands. Grof gezien zijn er twee hoofdcategorieën. Lees verder onder de afbeelding.

meervoud latijn

Woorden op -um

Veel Latijnse woorden eindigen in het enkelvoud op -um. Deze woorden hebben op hun beurt vaak twee verschillende meervoudsvormen die kunnen worden gebruikt. De Latijnse meervoudsvorm eindigt op -a – aquarium wordt aquaria – maar de vernederlandste vervoeging aquariums is ook gewoon correct. Denk ook aan:

  • Hij was de eigenaar van een groot aantal winkelcentra/winkelcentrums.
  • Er zijn verschillende gymnasia/gymnasiums in het land gesloten de laatste jaren.
  • Wie weet hoeveel andere universa/universums er nog zijn buiten het onze.

Wat in dit geval wel belangrijk is om te onthouden, is dat het meervoud soms per vorm een andere betekenis kan hebben. Denk bijvoorbeeld aan het verschil tussen het woord voor informatiedragers, media, en het gebruik van mediums voor mensen die paranormaal begaafd zijn. Beide zijn een meervoudsvorm van medium.

meervoud latijnse woorden

Meervoud Latijnse woorden op -us

De meervoudsvormen van woorden op -us zijn niet altijd even makkelijk te bedenken. Dit komt omdat er meerdere mogelijkheden zijn. De meeste Latijnse woorden op -us krijgen in het Nederlands -ussen. Bijvoorbeeld: cactus wordt cactussen en octopus wordt octopussen. Daarnaast heb je de woorden op -us die slaan op personen. Die eindigen in het meervoud op -ici. Denk hierbij aan politici, technici en medici.

Tot zover is het nog vrij overzichtelijk, maar helaas zijn er nog andere gevallen die niet binnen deze regels vallen. Hieronder een aantal voorbeelden:

  • casus blijft casus
  • corpus wordt corpora
  • cyclus wordt cycli
  • genius wordt geniën of genii
  • opus wordt opera

Een voordeel hierbij is dat een meervoudsvorm op -ussen van deze woorden inmiddels ook redelijk is ingeburgerd.

Heb je vaker een taalvraag? Stel deze dan gerust aan ons. Wil je graag een scherpe offerte van ons ontvangen? Gebruik dan dit offerteformulier. De Schrijfdokter houdt zich aan de regels van het Genootschap Onze Taal in Den Haag.

 

Grip of greep

Welke variant is correct?

Wat is het verschil tussen grip en greep in de uitdrukking grip / greep op iets krijgen? Beide woorden kunnen in ieder geval worden gebruikt en in grote lijnen betekenen ze ongeveer hetzelfde. Het gebruik van grip of greep is wel afhankelijk van de context.

grip of greep

Grip of greep?

Grip hebben

Algemeen genomen heeft de uitdrukking twee verschillende betekenissen, namelijk: iets kunnen begrijpen en ergens controle over hebben. Als je iets begrijpt, dan is het gebruikelijker om grip te gebruiken. Kijk bijvoorbeeld eens naar de volgende zin: “Hij legde mij uit hoe het werkte, maar ik kon er maar geen grip op krijgen.”

Greep hebben

Wordt de uitdrukking in de tweede betekenis gebruikt (in de zin van: ergens controle over hebben), dan wordt er vaker voor greep gekozen. Kijk maar naar de volgende zin: “Het koningshuis kreeg gelukkig op tijd greep op de geruchten over affaires en andere intriges.” Je kunt dit onderscheid maken, maar in principe gaat het hier om subtiele verschillen. In beide situaties is het gewoon juist om een van beide varianten te gebruiken.

Grip wordt over het algemeen op zijn Nederlands uitgesproken, net zoals in begrip. Toch is het ook mogelijk om het op zijn Engels uit te spreken, hoe ongebruikelijk dat ook is. Grip hebben wij namelijk geleend uit het Engels.

Heb je vaker taalvragen waar je niet uit lijkt te komen? Stel je vragen dan gerust aan De Schrijfdokter. Wij bekijken je bericht en geven altijd binnen 24 uur een antwoord op je vraag. Dat geldt ook voor het geval je een passende en scherpe offerte van ons wilt ontvangen voor een eventuele opdracht. Mail ons en binnen een dag weet je wat de kosten zullen zijn. De Schrijfdokter hanteert altijd de regels, richtlijnen en adviezen van het Genootschap Onze Taal in Den Haag.

Graag – liever – liefst

Welke variant is juist?

We kennen allemaal het principe van de vergrotende en overtreffende trap. Denk aan klein – kleiner – kleinst en slim – slimmer – slimst. Maar hoe pas je dat toe op graag? Wordt dat graag – grager – graagst of is het graag – liever – liefst. Dit hangt af van de betekenis.

graag liever liefst

Grager of liever?

Is grager correct?

Meestal wordt met graag iets aangeduid wat je met veel plezier doet: hij ging graag naar de bibliotheek om een krantje te lezen. In dat geval gebruik je liever – liefst. Graag kan echter ook staan voor ‘verlangend, gretig’. Dit is een verouderde betekenis en wordt onder andere gebruikt om aan te geven dat je iemand ergens lekker voor maakt. In die betekenis wordt gragergraagst gebruikt.

De verschillende naslagwerken zijn het over het algemeen met elkaar eens. Beide varianten worden genoemd en correct bevonden. De enige uitzondering is het Groene Boekje. Daarin worden liever en liefst wel genoemd, maar niet als vergrotende en overtreffende trap van graag.

Mengeling

Als je kijkt naar de combinatie graag – liever – liefst, zie je dat dit een mengeling is van graag – grager – graagst en lief – liever – liefst. En niet alleen dat, het is ook nog een van de weinige trappen van vergelijking die niet de normale regels volgt. Dit is vergelijkbaar met goed – beter – best.

Worstel je vaker met bepaalde taalvragen die je maar beantwoord krijgt? Mail je vraag dan eens naar De Schrijfdokter. We bekijken je vraag en geven daar binnen 24 uur antwoord op. Ook voor een passende en scherpe offerte kun je ons bereiken. Gebruik hiervoor dan ons offerteformulier. Binnen een dag weet je dan exact wat de kosten van je opdracht zullen zijn. De Schrijfdokter volgt altijd de regels, adviezen en richtlijnen van het Genootschap Onze Taal in Den Haag. Deze organisatie is leidend als het gaat om de Nederlandse taal.

Goedemorgen of goedenmorgen

Welke variant is correct?

Gaan we voor goedemorgen of goedenmorgen? Ofwel: wanneer dien ik bij dit woord een tussen-n te schrijven en wanneer niet? Voor het beantwoorden van die vraag is het eerst belangrijk om te begrijpen waar die n überhaupt vandaan komt.

goedemorgen of goedenmorgen

Goedemorgen of goedenmorgen – naamvallen

Er was een tijd dat in het Nederlands nog sprake was van naamvallen. Een van de overblijfselen daarvan is nog de ’s in ’s avonds. Ook de tussen-n in goedenavond komt daaruit voort. Oorspronkelijk werden dus alle woorden in deze categorie met een extra n geschreven: goedendag, goedenmiddag, etc. In de loop van de tijd is de n echter weggevallen in de spelling van deze woorden.

Waarom geen tussen-n

Dit heeft ermee te maken dat in veel van de woorden de n niet hoorbaar was. Of je nou goedennacht schrijft of goedenacht, het klinkt hetzelfde. Goedenavond en goedendag vormen uitzonderingen op die regel. Door de n in goedenavond kun je het woord zelfs beter uitspreken. Als er een woord volgt dat met een d begint, vorm je zelfs al bijna automatisch een n-klank met je mond. Je tong ligt dan namelijk tegen je tanden en daardoor komt de n bijna vanzelf. Daarom is het dus goedendag. Dit komt ook in andere woorden en uitdrukkingen voor. Kijk bijvoorbeeld eens naar op den duur.

Heb je vaker problemen met bepaalde taalkwesties? Mail deze dan gerust naar De Schrijfdokter. Je krijgt dan binnen 24 uur een reactie van ons. Dat geldt ook voor het opvragen van een passende en scherpe offerte. Gelieve hiervoor ons offerteformulier te gebruiken. Ook dan laten we je binnen een dag weten wat de kosten zullen zijn voor jouw opdracht. De Schrijfdokter hanteert te allen tijde de regels, richtlijnen en adviezen van het Genootschap Onze Taal in Den Haag. Deze organisatie is leidend als het gaat om de Nederlandse taal.

God met hoofdletter

Hoofdletter of niet?

Wanneer schrijf je god met een hoofdletter en wanneer niet? Het antwoord op deze vraag is relatief eenvoudig. Verwijs je naar de specifieke, almachtige en enige God, dan krijg je een hoofdletter. De hoofdletter vervalt als je niet naar die ene God verwijst of het in algemene zin over god hebt. De onderstaande voorbeelden zullen het verschil duidelijk maken.

god met hoofdletter

God met hoofdletter

Als je verwijst naar het enige wezen dat aan het hoofd staat van een godsdienst, dan gebruik je een hoofdletter. Je kunt het woord god in dat geval zien als een naam. Over het algemeen gaat het in dit geval over de God van de christenen, de joden of de islamieten. De hoofdletter zorgt ook voor een gevoel van eerbied voor de godheid. Hetzelfde geldt voor samenstellingen en bepaalde uitroepen en uitdrukkingen. Zolang het maar gaat over die ene God:

  • Jezus wordt beschouwd als de zoon van God.
  • Geloof jij in God?
  • ‘Allah’ is het arabische woord voor God.
  • Het koninkrijk van God heet het Godsrijk.
  • Een boodschapper van God wordt een Godsgezant genoemd.
  • Ik dank God dat de auto niet zo hard reed toen hij plotseling de hoek om kwam.
  • O mijn God!
  • God mag weten waar ik mijn sleutels was kwijtgeraakt.
  • Sinds zijn scheiding leeft hij van God los!

Met kleine letter

Tegenwoordig is in veel uitdrukkingen en woorden de verwijzing naar die ene God naar de achtergrond gegaan. Het gaat in die gevallen meer over een algemene verwijzing naar een god of meerdere goden. Er wordt dan een kleine letter gebruikt. Hetzelfde geldt als god alleen wordt gebruikt om een woord te versterken, om te vloeken of als er sprake is van een religie met meerdere goden. Ten slotte is dit ook het geval als een woord van God is afgeleid. Dit alles zie je in de volgende voorbeelden:

  • Als godvrezend persoon was de activist altijd geneigd voor de zwakkeren op te komen.
  • Dat was je reinste godslastering!
  • Veel Griekse goden hebben een Romeins evenbeeld.
  • Mars is de Romeinse god van de oorlog.
  • Zei je nou godverdomme?
  • Mijn arm was godzijdank niet gebroken.
  • De politicus zat de godsganse dag te appen met zijn maîtresse.
  • Wat een goddelijk lichaam had die man.
  • Mijn buurman leidde een goddeloos bestaan.
  • Een van mijn favoriete boeken heet ‘godverdomse dagen op een godverdomse bol’.
  • Theologie wordt ook wel godgeleerdheid genoemd.

Zit je vaker te worstelen met bepaalde taalkwesties? Stel je vraag dan gerust aan De Schrijfdokter. Ook voor een offerte zijn wij altijd bereikbaar. De Schrijfdokter hanteert altijd de regels van het Genootschap Onze Taal in Den Haag.