Auteursarchief: De Schrijfdokter

Talrijk of talloos

Talrijk of talloos

Soms heb je in het Nederlands woorden die veel op elkaar lijken, maar qua betekenis toch van elkaar verschillen. Een voorbeeld hiervan zijn de bijvoeglijk naamwoorden talrijk en talloos. Beide geven aan dat er veel van iets is, maar er is zeker een verschil. Kijk eens naar de volgende zinnen:

  • De bibliotheek heeft talrijke boeken over dieren
  • De bibliotheek heeft talloze boeken over dieren

Blijkbaar heeft de bibliotheek heel veel boeken over dieren. Toch gaat het in de tweede zin in totaal over meer boeken dan in de eerste.

Talrijk

Er zijn twee betekenissen van talrijk. Ten eerste staat het voor “veel” in die zin dat het gaat om een groot aantal dingen. Je kunt bijvoorbeeld zeggen dat een land rijk is aan bossen als een groot deel van dat land vol staat met bomen. Daarnaast kun je talrijk ook gebruiken als een groep bestaat uit veel verschillende onderdelen. Denk aan een talrijke klas, oftewel een klas met heel veel leerlingen. Deze beide betekenissen zijn vrij letterlijk.

Talloos

Talloos wordt vaak juist niet in letterlijke, maar in figuurlijke zin gebruikt. Het achtervoegsel -loos betekent “zonder”. Het woord betekent letterlijk dus dat er “geen tal” is. Dit zie je bijvoorbeeld bij woorden als kinderloos, ademloos, tijdloos. Daarbij is juist geen sprake van kinderen, adem of tijd. Bij talloos is in de betekenis echter een andere interpretatie ontstaan: “geen tal” is hetzelfde geworden als “niet te tellen”. Talloze boeken zijn dus zoveel boeken dat je ze niet kan tellen. Door die figuurlijke betekenis zijn talloze boeken in totaal meer boeken dan talrijke boeken.

Geslacht bedrijfsnamen

Wat is het geslacht van een bedrijfsnaam

Kijk eens naar de zin: Bert belde zijn moeder. In deze zin is meteen duidelijk dat Bert een man is en dat het dus zijn moeder is en niet haar moeder. Nu is de vraag: hoe zit dat bij de naam van ondernemingen (en andere instanties)? Het is daarbij niet altijd zo duidelijk als bij Bert of een andere eigen naam, maar er zijn zeker een aantal vuistregels die je kunt volgen:

Het-woorden

Net als bij zelfstandige naamwoorden heb je bij bedrijfsnamen twee varianten: namen waar de voor komt en namen met het ervoor. De laatstgenoemde variant is het makkelijkst. Naar het-woorden wordt altijd met zijn verwezen, nooit met haar. Die regel geldt voor alle zelfstandige naamwoorden en dus ook voor bedrijfsnamen. Denk aan: Het wereldveroverende Heineken bracht zijn aandeelhouders een flinke smak geld op. Dit geldt ook voor afgekorte namen van ondernemingen: Het OMT gaf zijn advies door aan de regering.

De-woorden

Wat geldt voor zelfstandige naamwoorden met de geldt ook voor de namen die hieronder besproken worden: ze kunnen zowel mannelijk als vrouwelijk zijn. De namen waar je een regel aan kunt verbinden, zijn die namen met een bepaald kernwoord erin. Als je het geslacht van dat kernwoord weet, dan weet je ook het geslacht van de bedrijfsnaam, ook bij afgekorte namen. Het woord marskramer is bijvoorbeeld mannelijk, dus zeg je: De Marskramer heeft zijn omzet verdubbeld dit jaar. HEMA staat voor Hollandsche Eenheidsprijzen Maatschappij Amsterdam, met het vrouwelijke woord maatschappij als kernwoord. Daarom zeg je bij dit bedrijf juist: De HEMA heeft haar omzet verdubbeld dit jaar.

Vroegtijdig of voortijdig

Het verschil tussen vroegtijdig en voortijdig

Stel, je gaat op reis naar een mooi land, maar als je daar bent blijkt dat het eigenlijk helemaal niet zo mooi en leuk is als je dacht. Als je dan naar huis komt, ben je dan vroegtijdig of voortijdig vertrokken?

Zoals zo vaak is het goede antwoord op deze vraag voornamelijk afhankelijk van de precieze betekenis. Zowel vroegtijdig als voortijdig betekenen dat iets te vroeg is gebeurd. Het onderscheid wordt bepaald door de reden waarom het te vroeg was. Het onderscheid is subtiel en de termen kunnen door elkaar worden gebruikt, maar onderscheid is er zeker.

Bedoeling

In het voorbeeld met de reis is er een specifiek moment waarop je gepland had terug te gaan. Je hebt je terugvlucht bijvoorbeeld geboekt op een bepaalde datum. Door de omstandigheden besluit je echter om het eerder te doen. In dat geval gebruik je voortijdig. Hetzelfde geldt voor situaties waarin iets eerder gebeurt dan je zou willen, bijvoorbeeld als iemand voortijdig komt te overlijden door een ongeluk.

Verwachting

In veel gevallen is er niet zo’n specifiek moment, maar had je iets anders verwacht. Zoiets is bijvoorbeeld aan de hand wanneer er bij iemand bij toeval een ziekte wordt ontdekt doordat diegene voor iets heel anders naar de dokter ging. Dat noem je een vroegtijdige diagnose, omdat het de ‘verwachting’ was dat het pas ontdekt zou worden wanneer de klachten zouden ontstaan.

Kortom, of het nou vroegtijdig of voortijdig is, hangt af van wat je precies bedoelt!

Voltooid deelwoord

Voltooid deelwoord als bijvoeglijk naamwoord

“Wie houdt er niet van een versbereide maaltijd?” Toch kun je je wel afvragen waarom je het in dit geval over een bereide maaltijd hebt, terwijl de verleden tijd van bereiden een extra letter d krijgt. Denk aan: “Oma bereidde een verse maaltijd voor ons.”

Functie van voltooid deelwoord

Dit heeft alles te maken met de functie van bereiden in de bovenstaande constructie. In beide gevallen is er sprake van een vorm van het werkwoord, maar ze worden op een andere manier gebruikt. Bij oma bereidde een verse maaltijd voor ons wordt bereidde gebruikt als persoonsvorm. Het is het hoofdwerkwoord in de zin. Dit betekent dat je uitgaat van de stam van het werkwoord, en daar –te of -de achter plaatst. Heb je het over een versbereide maaltijd, dan wordt bereide gebruikt als een bijvoeglijk naamwoord, net als vers.

Voltooid deelwoord – zo kort mogelijk

De regel in deze gevallen is eigenlijk heel simpel: maak de gebruikte werkwoordsvorm zo kort mogelijk als het bijvoeglijk wordt gebruikt. Bij bereiden betekent dit dat de extra d komt te vervallen. Bij andere werkwoorden kun je zelfs een klinker weglaten. Kijk maar eens naar deze voorbeelden:

  • De uitvergrote foto – De fotograaf vergrootte de foto uit.
  • De goed opgevoede jongen – Zijn moeder voedde hem goed op.
  • Zijn ontblote tanden – De hond ontblootte zijn tanden.
  • De verlichte kamer – De bliksemflits verlichtte de hele kamer.

Twijfel je over de functie van de werkwoordsvorm en weet je daardoor niet of je eventuele klinkers, t’s of d’s kunt weglaten? Vervang dan het voltooid deelwoord eens door een ander bijvoeglijk naamwoord als blij, heerlijk, etc:

  • Een bereide maaltijd > een heerlijke maaltijd
  • Oma bereidde een maaltijd > Oma blij een maaltijd

Zoals je ziet is de onderstaande zin complete onzin geworden en weet je dus dat het daar niet om een bijvoeglijk gebruikte werkwoordsvorm gaat.

Naamwoordelijk gezegde

Naamwoordelijk gezegde – wat is het?

“Gerard vindt dat zijn kleinzoon verwend is.” Dat klinkt alsof het correct is. Maar je kunt het ook anders formuleren, namelijk: “Gerard vindt dat zijn kleinzoon is verwend.” Beide zinnen klinken correct, maar is dat ook zo? Je kunt pas bepalen of de constructie correct is als je weet wat het verschil is tussen een werkwoordelijk en een naamwoordelijk gezegde. Lastig? Dat kan. Lees even verder.

Werkwoordelijk en naamwoordelijk gezegde

In een eerdere blogpost is al benoemd dat het werkwoordelijk gezegde bestaat uit een persoonsvorm en een voltooid deelwoord in een zin of bijzin. Het werkwoordelijk gezegde bestaat uit de persoonsvorm en het voltooid deelwoord in een zin of bijzin. Beide volgordes zijn correct bij dit soort gezegdes. Bij het naamwoordelijk gezegde ligt dat anders. Een naamwoordelijk gezegde bestaat uit een koppelwerkwoord – zijn, worden, blijven, blijken, lijken, schijnen, heten, dunken en voorkomen – voorafgegaan door een bijvoeglijk naamwoord. In dat geval is het niet mogelijk om de volgorde om te draaien. Kijk maar naar de volgende voorbeelden:

  • Lieke zag dat haar moeder al gekookt had (werkwoordelijk)
  • Lieke zag dat haar moeder al had gekookt (werkwoordelijk)
  • Lieke zag dat haar moeder ongerust was (naamwoordelijk)
  • Lieke zag dat haar moeder was ongerust (naamwoordelijk)

Volgorde bij naamwoordelijk gezegde

Dit laatste voorbeeld is niet correct. Daaraan kun je zien dat bij een naamwoordelijk gezegde de volgorde zeker van belang is. Op basis hiervan kunnen we antwoord geven op bijvoorbeeld de vraag: Vindt Gerard dat zijn kind verwend is of is verwend. Dit hangt af van de functie van verwend in de zin. Gebruik je het als een voltooid deelwoord? Dan mogen beide volgordes. Denk daarbij bijvoorbeeld aan de situatie waarbij de kleinzoon flink verwend is door oma, omdat hij van haar wel drie snoepjes kreeg. Het is oma die in dat geval de ‘verwenhandeling’ uitvoerde. Echter…

Wordt hier gewezen op het feit dat die kleinzoon zo’n verwend kind is, omdat hij altijd zijn zin krijgt? Dan wordt verwend als bijvoeglijk naamwoord gebruikt en moet dit vóór het werkwoord in de bijzin staan. Als je het niet zeker weet, kun je altijd een testje doen: als je verwend vervangt door bijvoorbeeld blij en de zin klopt inhoudelijk nog steeds, dan is er sprake van een naamwoordelijk gezegde.

Werkwoordelijk gezegde

De volgorde van het werkwoordelijk gezegde

Wat goed dat je dit gelezen hebt! Deze zin bevat een bijzin met een werkwoordelijk gezegde. Het vreemde hiervan is dat je voor je gevoel waarschijnlijk net zo goed kan zeggen: Wat goed dat je dit hebt gelezen! De volgorde van de werkwoorden in de bijzin kan dus variëren. Nu rest alleen nog de vraag of dat mag. Of is een van die beide volgordes fout?

Waar bestaat een werkwoordelijk gezegde uit

Het werkwoordelijk gezegde bestaat uit een persoonsvorm en een voltooid deelwoord. Je kunt het voltooid deelwoord zowel voor als na de persoonsvorm plaatsen in de bijzin. Hier nog wat meer voorbeelden:

  • In de televisiegids staat dat het programma morgen wordt uitgezonden.
  • In de televisiegids staat dat het programma morgen uitgezonden wordt.
  • Ik kom er nu pas achter dat mijn portemonnee is gestolen.
  • Ik kom er nu pas achter dat mijn portemonnee gestolen is.
  • Hij zag dat zijn zusje haar kamer nog niet had opgeruimd.
  • Hij zag dat zijn zusje haar kamer nog niet opgeruimd had.

Komt het voltooid deelwoord na de persoonsvorm, dan wordt dat de “rode volgorde” genoemd. Is het andersom, dan heb je het over de “groene volgorde”. Je zou kunnen zeggen: rood is fout, groen is goed. Toch is dat in dit geval niet zo. De volgordes hebben deze namen gekregen, omdat ze in het verleden in bepaalde taalgidsen en overzichten deze kleur kregen. Beide volgordes zijn namelijk mogelijk en correct.

werkwoordelijk gezegde

Het feit beide volgordes correct zijn, wil nog niet zeggen dat ze ook door elkaar gebruikt kunnen worden. Er zijn zeker wel een bepaalde tendens in het gebruik te ontdekken. Zo wordt de rode volgorde voornamelijk gebruikt in de westelijke provincies. In de rest van ons land wordt voornamelijk gekozen voor de groene volgorde. In geschreven teksten zie je dat de constructie met persoonsvorm + voltooid deelwoord meer wordt gebruikt.

Bezit-s

Hoe gebruik je de bezit-s

In het Nederlands plak je een -s­ achter een naam als je aan wilt geven dat bijvoorbeeld een auto van een specifiek persoon is. Zie de voorbeelden:

  • Reiniers auto
  • Vera’s auto
  • Lonnekes auto
  • Suus’ auto

Verschillen in schrijfwijze

Zoals je al ziet, is het makkelijker gezegd dan gedaan. De basisregel is dat de bezit-s – zoals deze ­-s wordt genoemd – rechtstreeks aan de naam wordt geplakt.

De eerste uitzondering vormen de namen die eindigen op één enkele klinker die als lange klank wordt uitgesproken. Hierboven staat bijvoorbeeld Vera’s auto. De -a in Vera wordt uitgesproken als “aa”. Hetzelfde geldt voor namen op een ­-y­ die klinkt als “ie”. Wat gebeurt er als je geen apostrof gebruikt? Dan verandert de klank van de -a in een lange “aa”. Daarom is die apostrof in dit geval erg belangrijk. Dat verklaart ook waarom je bij een naam als Corné juist geen apostrof gebruikt. Door het accent is al duidelijk dat de uitspraak “ee” moet zijn en daarom is de apostrof overbodig.

Je gebruikt ook een apostrof – dit is de tweede uitzondering – wanneer de naam die je gebruikt een afkorting vormt. Dit komt vooral voor bij bijnamen of wanneer initialen wordt gebruikt. Denk bijvoorbeeld aan een nieuwsbericht over misdadiger Frank B. Hebben ze het over zijn fiets? Dan zal dat als B’s fiets moeten worden geschreven.

bezit-s

Nog een uitzondering

Bij de laatste uitzondering wordt de bezit-s helemaal weggelaten en alleen de apostrof gebruikt. Je ziet hierboven het voorbeeld Suus’ auto. Omdat Suus eindigt op een zogenaamde sis-klank wordt de -s weggelaten. Denk hierbij niet alleen aan woorden die eindigen op een -s, maar ook aan: Suarez’ shirt, Sjostakovitsj’ symphonie en Mitch’ boek.

Eindigt de naam dus op een medeklinker, dubbele klinker, tweeklank of een korte klank, dan is alleen de -s voldoende. Overigens zijn deze regels ook aan verandering onderhevig. Steeds meer spellinggidsen rekenen het gebruik van de apostrof ook goed als deze zorgt voor leesbaarheid en meer duidelijkheid.

 

Heb je vaker vragen over bepaalde taalkwesties? Kijk dan eens op de site van Het Genootschap Onze Taal. Daar staat alles keurig uitgelegd. Je mag natuurlijk ook een mailtje sturen naar De Schrijfdokter. Dan krijg je binnen 24 uur antwoord op je vraag. Heb je een tekst die nagekeken moet worden en ben je benieuwd naar de kosten? Gebruik dan ons offerteformulier.

Apenstaartje of apestaartje

Ape(n)staartje met of zonder n

Iedereen kent het teken @, oftewel het apenstaartje. Of moet je in dit geval apestaartje schrijven? Daar zijn de verschillende autoriteiten op het gebied van taal het niet volledig over eens.

Als je puur en alleen kijkt naar de spellingsregels rond het wel of niet gebruiken van de tussen-n, dan kom je uit op apenstaartje. Dat is omdat je een tussen-n gebruikt als het eerste deel van de samenstelling slechts een meervoud heeft op -en. Denk daarbij aan boekenkast, prullenbak en beddengoed. Bij een woord als groente, waarbij het meervoud zowel groentes als groenten kan zijn, krijg je geen -n. Aap heeft als meervoud apen, niet aaps of apes, dus krijg je een tussen-n. Het klinkt zo simpel.

Toch zijn er spellingsinstanties die naast de officiële regel ook apestaartje goedkeuren. De beredenering daarachter is dat het woord apenstaartje inmiddels een vaste uitdrukking is geworden, een vaste combinatie die niet per se letterlijk verwijst naar het staartje van een aap. Doordat het hier niet letterlijk is genomen, zou je dus kunnen beredeneren dat de officiële regel niet hoeft te gelden. Toch geven ook deze instanties aan dat apenstaartje niet alleen de regels volgt, maar ook het meest wordt gebruikt.

Dat er bij apenstaartje niet letterlijk wordt uitgegaan van de staart van een aap zie je ook aan de termen voor het teken in andere talen. Er zijn talen waarin ook het beeld van de aap wordt gebruikt. In het Bulgaars zeggen ze majmunsko a, wat “aapje a” betekent en in het Fins apinanhäntä: “apenstaart”. Andere dieren worden ook veelvuldig aangehaald:

  • Italiaans: chiocciola oftewel “slak”
  • Thais: ai tua yukyu oftewel “wiebelend wormpje”
  • Deens: grishale oftewel “varkensstaart”
  • Grieks: papáki, oftewel “eendje”

Al met al valt er wel iets voor te zeggen om de tussen-n weg te laten – als je het eens bent met de niet-letterlijke betekenis. Wil je het volgens de regels doen, dan blijft die tussen-n noodzakelijk.

apenstaartje of apestaartje

Heb je vaker een vraag over de schrijfwijze van een woord of een zin? Stel deze vraag gerust aan De Schrijfdokter. Heb je echter een opdracht en wil je graag weten wat de kosten zijn, gebruik dan het offerteformulier. Wat betreft de spelling en grammatica houden wij de regels aan van het Genootschap Onze Taal in Den Haag.

Acquisitie

Acquisitie – hoe schrijf je dit

Zoals je het woord hierboven geschreven ziet staan, is het correct. Acquisitie dus. Echter, wil je het woord gaan gebruiken als een werkwoord, dan mag je nog even doorlezen. Dit woord krijgt als werkwoord een niet-logische uitgang, namelijk: acquireren. Het is goed dat je de tijd hebt genomen hierop te zoeken. Het is tenslotte wel zo prettig als je correspondentie geen (gekke) fouten bevat.

Acquisitie – betekenis

Op internet tref je meerdere betekenissen van het woord acquisitie. Laten we ons beperken tot de meest gangbare betekenis. Deze activiteit zie je vaak terug bij bedrijven die een poging wagen om iemand iets te verkopen. Ook kun je het woord acquireren gebruiken als een bedrijf probeert jou iets te laten doen (dus niet direct verkopen). In zijn totaliteit kun je stellen dat wanneer iemand aan acquisitie doet, hij/zij druk bezig is met het werven van nieuwe klanten en opdrachten.

Ook als je op zoek bent naar een vacature is de kans aanwezig het woord acquisitie tegen te komen. Want hoe vaak zie je wel niet staan: Acquisitie wordt niet op prijs gesteld. Wat bedoelen ze daar nou mee? In een advertentie staan doorgaans enkele contactgegevens van het bedrijf dat de vacature aanbiedt. Dat kunnen dus gegevens zijn van bijvoorbeeld de contactpersoon die werkt op de verkoop- of marketingafdeling. En deze gegevens zijn – bijvoorbeeld voor advertentieverkopers – waardevol omdat ze direct leiden naar de persoon die verantwoordelijk is voor deze zaken. Een algemeen mailadres is dus veel minder interessant.

Ook wil een bedrijf niet dat andere partijen – naar aanleiding van de vacature – zich aanbieden om mee te helpen zoeken naar een geschikte kandidaat voor de betreffende vacature. Als men dat had gewild, had men daar waarschijnlijk zelf al voor gekozen.

Acquisitie – synoniem

Vind je het geen prettig woord om het te gebruiken? Of vind je het woord niet passen bij de stijl van je brief? Gebruik dan een synoniem. Ik zet er hier een paar op een rijtje: werving, verwerving, aankoop, aanschaf, aanwinst, verkrijging, afname. Let echter op dat de synoniemen passen bij de betekenis die jij eraan wil geven.

acquisitie

Koude acquisitie

Het uitvoeren van koude acquisitie is doorgaans niet leuk. Of je moet er gewoon hartstikke bedreven in zijn. Maar de meesten onder ons vinden het niet leuk om mensen te benaderen met de vraag of ze iets willen kopen. Want dat is wat je over het algemeen doet bij deze vorm van acquireren. De contacten met de mensen die je benadert zijn ‘koud’. En de persoon die wordt benaderd zit vaak niet op je telefoon of mailtje te wachten.

Warme acquisitie

In tegenstelling tot koude acquisitie klinkt deze vorm van acquireren al een stuk vriendelijker. Daar waar je bij de ‘koude’ variant mensen of bedrijven benadert die je zelden tot nooit spreekt of die je nauwelijks tot niet kent, benader je hier personen en bedrijven waar je reeds meerdere malen contact mee hebt gehad. Deze contacten voelen nu eenmaal wat ‘warmer’ aan. Deze mensen zijn ook sneller geneigd je verhaal aan te horen, omdat ze bijvoorbeeld in het verleden fijn met je hebben samengewerkt.

Werkwoordsvormen acquireren

Onvoltooid tegenwoordige tijd

  • Ik acquireer
  • Jij acquireert
  • Hij acquireert
  • Wij acquireren
  • Jullie acquireren
  • Zij acquireren

Voltooid tegenwoordige tijd

  • Ik heb geacquireerd
  • Jij hebt geacquireerd
  • Hij heeft geacquireerd
  • Wij hebben geacquireerd
  • Jullie hebben geacquireerd
  • Zij hebben geacquireerd

Onvoltooid verleden tijd

  • Ik acquireerde
  • Jij acquireerde
  • Hij acquireerde
  • Wij acquireerden
  • Jullie acquireerden
  • Zij acquireerden

Voltooid verleden tijd

  • Ik had geacquireerd
  • Jij had geacquireerd
  • Hij had geacquireerd
  • Wij hadden geacquireerd
  • Jullie hadden geacquireerd
  • Zij hadden geacquireerd

Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd

  • Ik zal acquireren
  • Jij zal/zult acquireren
  • Hij zal acquireren
  • Wij zullen acquireren
  • Jullie zullen acquireren
  • Zij zullen acquireren

Voltooid tegenwoordige toekomende tijd

  • Ik zal geacquireerd hebben
  • Jij zal/zult geacquireerd hebben
  • Hij zal geacquireerd hebben
  • Wij zullen geacquireerd hebben
  • Jullie zullen geacquireerd hebben
  • Zij zullen geacquireerd hebben

Onvoltooid verleden toekomende tijd

  • Ik zou acquireren
  • Jij zou acquireren
  • Hij zou acquireren
  • Wij zouden acquireren
  • Jullie zouden acquireren
  • Zij zouden acquireren

Voltooid verleden toekomende tijd

  • Ik zou geacquireerd hebben
  • Jij zou geacquireerd hebben
  • Hij zou geacquireerd hebben
  • Wij zouden geacquireerd hebben
  • Jullie zouden geacquireerd hebben
  • Zij zouden geacquireerd hebben

Nagenoeg alle werkwoordsvormen hebben we nu besproken. Wat resteert is de gebiedende wijs – acquireer! – en de aanvoegende wijs – acquirere.

Acquisitie – overname van een bedrijf

De minder bekende vorm van acquisitie is de overname van een bedrijf. Of anders gezegd: de werving van het ene bedrijf door het andere bedrijf. Hierin kun je dan weer een onderscheid maken tussen een vriendelijke en een vijandige overname. Maar daar gaan we op deze pagina niet op in.

Komt het vaker voor dat je niet weet wat de schrijfwijze is van een bepaald woord of een bepaalde zin? Raadpleeg dan deze site of stel je vraag via de mail info@deschrijfdokter.com. De Schrijfdokter hanteert de regels van het Genootschap Onze Taal in Den Haag. Heb je een tekst die nagekeken moet worden en wil je graag een scherpe offerte ontvangen, benader ons dan via het offerteformulier.

Dank je wel of dankjewel

Welke is correct – dank je wel of dankjewel

Denk jij dat op deze zoekwoorden vaak wordt gezocht? Ik zal je verrassen. Op de zoekwoorden dank je wel of dankjewel is in 2020 het vaakst gezocht van alle taalvragen die er maar bestaan. Dat is opmerkelijk. Vooral omdat beide varianten correct zijn en je het dus eigenlijk niet fout kunt schrijven.

Beste variant is dank je wel

Ieder heeft zo zijn favoriete schrijfwijze. Dat geldt ook voor bijvoorbeeld het Genootschap Onze Taal in Den Haag. Deze organisatie keurt beide varianten goed, maar heeft wel degelijk een voorkeur voor de schrijfwijze inclusief de spaties, dank je wel dus. Echter, zij vinden het alternatief van dankjewel goed te verdedigen, stellen zij zelf op hun website.

Waarom toch dankjewel

Het verschil in betekenis tussen beide schrijfwijzen is er wel degelijk. Maar als je ze door elkaar gebruikt, zal het je nimmer kwalijk worden genomen. Kijken we naar de schrijfwijze dankjewel, dan kunnen we concluderen dat het hier om een zogenaamd tussenwerpsel gaat. Zo noemen we dat nou eenmaal. De drie woorden zijn opgegaan in één geheel. Zo’n zelfde constructie zie je bijvoorbeeld terug bij alsjeblieft. Ook hier betreft het een algemeen geaccepteerde schrijfwijze die eigenlijk bestaat uit meerdere woorden.

Bij de variant met de spaties spreken we niet over één samengesteld woord, maar betreft het eigenlijk een korte zin, namelijk: dank u wel of dank je wel. Bij een andere variant – namelijk dankjulliewel – wordt het al wat lastiger. Niettemin vindt het Genootschap Onze Taal deze schrijfwijze nog steeds correct. Maar op de een of andere manier voelt het niet lekker om dankjulliewel aan elkaar te schrijven. Ondanks dat het correct is, ziet het er eigenlijk niet uit.

dankjewel of dank je wel

Dank u, dank je en dank jullie

Op het moment dat je de bovenstaande varianten schrijft zonder het woordje wel, dan kan de schrijfwijze zonder spatie niet meer als correct worden beschouwd.