Categoriearchief: taaldilemma

Apenstaartje of apestaartje

Ape(n)staartje met of zonder n

Iedereen kent het teken @, oftewel het apenstaartje. Of moet je in dit geval apestaartje schrijven? Daar zijn de verschillende autoriteiten op het gebied van taal het niet volledig over eens.

Als je puur en alleen kijkt naar de spellingsregels rond het wel of niet gebruiken van de tussen-n, dan kom je uit op apenstaartje. Dat is omdat je een tussen-n gebruikt als het eerste deel van de samenstelling slechts een meervoud heeft op -en. Denk daarbij aan boekenkast, prullenbak en beddengoed. Bij een woord als groente, waarbij het meervoud zowel groentes als groenten kan zijn, krijg je geen -n. Aap heeft als meervoud apen, niet aaps of apes, dus krijg je een tussen-n. Het klinkt zo simpel.

Hier uw advertentie?

Toch zijn er spellingsinstanties die naast de officiële regel ook apestaartje goedkeuren. De beredenering daarachter is dat het woord apenstaartje inmiddels een vaste uitdrukking is geworden, een vaste combinatie die niet per se letterlijk verwijst naar het staartje van een aap. Doordat het hier niet letterlijk is genomen, zou je dus kunnen beredeneren dat de officiële regel niet hoeft te gelden. Toch geven ook deze instanties aan dat apenstaartje niet alleen de regels volgt, maar ook het meest wordt gebruikt.

Dat er bij apenstaartje niet letterlijk wordt uitgegaan van de staart van een aap zie je ook aan de termen voor het teken in andere talen. Er zijn talen waarin ook het beeld van de aap wordt gebruikt. In het Bulgaars zeggen ze majmunsko a, wat “aapje a” betekent en in het Fins apinanhäntä: “apenstaart”. Andere dieren worden ook veelvuldig aangehaald:

  • Italiaans: chiocciola oftewel “slak”
  • Thais: ai tua yukyu oftewel “wiebelend wormpje”
  • Deens: grishale oftewel “varkensstaart”
  • Grieks: papáki, oftewel “eendje”

Al met al valt er wel iets voor te zeggen om de tussen-n weg te laten – als je het eens bent met de niet-letterlijke betekenis. Wil je het volgens de regels doen, dan blijft die tussen-n noodzakelijk.

apenstaartje of apestaartje

Heb je vaker een vraag over de schrijfwijze van een woord of een zin? Stel deze vraag gerust aan De Schrijfdokter. Heb je echter een opdracht en wil je graag weten wat de kosten zijn, gebruik dan het offerteformulier. Wat betreft de spelling en grammatica houden wij de regels aan van het Genootschap Onze Taal in Den Haag.

Acquisitie

Acquisitie – hoe schrijf je dit

Zoals je het woord hierboven geschreven ziet staan, is het correct. Acquisitie dus. Echter, wil je het woord gaan gebruiken als een werkwoord, dan mag je nog even doorlezen. Dit woord krijgt als werkwoord een niet-logische uitgang, namelijk: acquireren. Het is goed dat je de tijd hebt genomen hierop te zoeken. Het is tenslotte wel zo prettig als je correspondentie geen (gekke) fouten bevat.

Hier uw advertentie?

Acquisitie – betekenis

Op internet tref je meerdere betekenissen van het woord acquisitie. Laten we ons beperken tot de meest gangbare betekenis. Deze activiteit zie je vaak terug bij bedrijven die een poging wagen om iemand iets te verkopen. Ook kun je het woord acquireren gebruiken als een bedrijf probeert jou iets te laten doen (dus niet direct verkopen). In zijn totaliteit kun je stellen dat wanneer iemand aan acquisitie doet, hij/zij druk bezig is met het werven van nieuwe klanten en opdrachten.

Ook als je op zoek bent naar een vacature is de kans aanwezig het woord acquisitie tegen te komen. Want hoe vaak zie je wel niet staan: Acquisitie wordt niet op prijs gesteld. Wat bedoelen ze daar nou mee? In een advertentie staan doorgaans enkele contactgegevens van het bedrijf dat de vacature aanbiedt. Dat kunnen dus gegevens zijn van bijvoorbeeld de contactpersoon die werkt op de verkoop- of marketingafdeling. En deze gegevens zijn – bijvoorbeeld voor advertentieverkopers – waardevol omdat ze direct leiden naar de persoon die verantwoordelijk is voor deze zaken. Een algemeen mailadres is dus veel minder interessant.

Ook wil een bedrijf niet dat andere partijen – naar aanleiding van de vacature – zich aanbieden om mee te helpen zoeken naar een geschikte kandidaat voor de betreffende vacature. Als men dat had gewild, had men daar waarschijnlijk zelf al voor gekozen.

Acquisitie – synoniem

Vind je het geen prettig woord om het te gebruiken? Of vind je het woord niet passen bij de stijl van je brief? Gebruik dan een synoniem. Ik zet er hier een paar op een rijtje: werving, verwerving, aankoop, aanschaf, aanwinst, verkrijging, afname. Let echter op dat de synoniemen passen bij de betekenis die jij eraan wil geven.

acquisitie

Koude acquisitie

Het uitvoeren van koude acquisitie is doorgaans niet leuk. Of je moet er gewoon hartstikke bedreven in zijn. Maar de meesten onder ons vinden het niet leuk om mensen te benaderen met de vraag of ze iets willen kopen. Want dat is wat je over het algemeen doet bij deze vorm van acquireren. De contacten met de mensen die je benadert zijn ‘koud’. En de persoon die wordt benaderd zit vaak niet op je telefoon of mailtje te wachten.

Warme acquisitie

In tegenstelling tot koude acquisitie klinkt deze vorm van acquireren al een stuk vriendelijker. Daar waar je bij de ‘koude’ variant mensen of bedrijven benadert die je zelden tot nooit spreekt of die je nauwelijks tot niet kent, benader je hier personen en bedrijven waar je reeds meerdere malen contact mee hebt gehad. Deze contacten voelen nu eenmaal wat ‘warmer’ aan. Deze mensen zijn ook sneller geneigd je verhaal aan te horen, omdat ze bijvoorbeeld in het verleden fijn met je hebben samengewerkt.

Werkwoordsvormen acquireren

Onvoltooid tegenwoordige tijd

  • Ik acquireer
  • Jij acquireert
  • Hij acquireert
  • Wij acquireren
  • Jullie acquireren
  • Zij acquireren

Voltooid tegenwoordige tijd

  • Ik heb geacquireerd
  • Jij hebt geacquireerd
  • Hij heeft geacquireerd
  • Wij hebben geacquireerd
  • Jullie hebben geacquireerd
  • Zij hebben geacquireerd

Onvoltooid verleden tijd

  • Ik acquireerde
  • Jij acquireerde
  • Hij acquireerde
  • Wij acquireerden
  • Jullie acquireerden
  • Zij acquireerden

Voltooid verleden tijd

  • Ik had geacquireerd
  • Jij had geacquireerd
  • Hij had geacquireerd
  • Wij hadden geacquireerd
  • Jullie hadden geacquireerd
  • Zij hadden geacquireerd

Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd

  • Ik zal acquireren
  • Jij zal/zult acquireren
  • Hij zal acquireren
  • Wij zullen acquireren
  • Jullie zullen acquireren
  • Zij zullen acquireren

Voltooid tegenwoordige toekomende tijd

  • Ik zal geacquireerd hebben
  • Jij zal/zult geacquireerd hebben
  • Hij zal geacquireerd hebben
  • Wij zullen geacquireerd hebben
  • Jullie zullen geacquireerd hebben
  • Zij zullen geacquireerd hebben

Onvoltooid verleden toekomende tijd

  • Ik zou acquireren
  • Jij zou acquireren
  • Hij zou acquireren
  • Wij zouden acquireren
  • Jullie zouden acquireren
  • Zij zouden acquireren

Voltooid verleden toekomende tijd

  • Ik zou geacquireerd hebben
  • Jij zou geacquireerd hebben
  • Hij zou geacquireerd hebben
  • Wij zouden geacquireerd hebben
  • Jullie zouden geacquireerd hebben
  • Zij zouden geacquireerd hebben

Nagenoeg alle werkwoordsvormen hebben we nu besproken. Wat resteert is de gebiedende wijs – acquireer! – en de aanvoegende wijs – acquirere.

Acquisitie – overname van een bedrijf

De minder bekende vorm van acquisitie is de overname van een bedrijf. Of anders gezegd: de werving van het ene bedrijf door het andere bedrijf. Hierin kun je dan weer een onderscheid maken tussen een vriendelijke en een vijandige overname. Maar daar gaan we op deze pagina niet op in.

Komt het vaker voor dat je niet weet wat de schrijfwijze is van een bepaald woord of een bepaalde zin? Raadpleeg dan deze site of stel je vraag via de mail info@deschrijfdokter.com. De Schrijfdokter hanteert de regels van het Genootschap Onze Taal in Den Haag. Heb je een tekst die nagekeken moet worden en wil je graag een scherpe offerte ontvangen, benader ons dan via het offerteformulier.

Dank je wel of dankjewel

Welke is correct – dank je wel of dankjewel

Denk jij dat op deze zoekwoorden vaak wordt gezocht? Ik zal je verrassen. Op de zoekwoorden dank je wel of dankjewel is in 2020 het vaakst gezocht van alle taalvragen die er maar bestaan. Dat is opmerkelijk. Vooral omdat beide varianten correct zijn en je het dus eigenlijk niet fout kunt schrijven.

Hier uw advertentie?

Beste variant is dank je wel

Ieder heeft zo zijn favoriete schrijfwijze. Dat geldt ook voor bijvoorbeeld het Genootschap Onze Taal in Den Haag. Deze organisatie keurt beide varianten goed, maar heeft wel degelijk een voorkeur voor de schrijfwijze inclusief de spaties, dank je wel dus. Echter, zij vinden het alternatief van dankjewel goed te verdedigen, stellen zij zelf op hun website.

Waarom toch dankjewel

Het verschil in betekenis tussen beide schrijfwijzen is er wel degelijk. Maar als je ze door elkaar gebruikt, zal het je nimmer kwalijk worden genomen. Kijken we naar de schrijfwijze dankjewel, dan kunnen we concluderen dat het hier om een zogenaamd tussenwerpsel gaat. Zo noemen we dat nou eenmaal. De drie woorden zijn opgegaan in één geheel. Zo’n zelfde constructie zie je bijvoorbeeld terug bij alsjeblieft. Ook hier betreft het een algemeen geaccepteerde schrijfwijze die eigenlijk bestaat uit meerdere woorden.

Bij de variant met de spaties spreken we niet over één samengesteld woord, maar betreft het eigenlijk een korte zin, namelijk: dank u wel of dank je wel. Bij een andere variant – namelijk dankjulliewel – wordt het al wat lastiger. Niettemin vindt het Genootschap Onze Taal deze schrijfwijze nog steeds correct. Maar op de een of andere manier voelt het niet lekker om dankjulliewel aan elkaar te schrijven. Ondanks dat het correct is, ziet het er eigenlijk niet uit.

dankjewel of dank je wel

Dank u, dank je en dank jullie

Op het moment dat je de bovenstaande varianten schrijft zonder het woordje wel, dan kan de schrijfwijze zonder spatie niet meer als correct worden beschouwd.

Videobellen

Het werkwoord videobellen

We hebben het allemaal weleens gedaan, voor je werk, voor school of gewoon om sociale contacten te onderhouden: videobellen. Maar wat nou als je iemand wil vertellen hoe dat ging? Heb je dan videogebeld of toch gevideobeld?

Hier uw advertentie?

Niet-scheidbaar werkwoord

In principe kun je beide vormen gebruiken, maar de bekende spellingsgidsen geven de voorkeur aan gevideobeld. Dat komt omdat je het werkwoord kan scharen onder de zogenaamde niet-scheidbare werkwoorden. Er zijn veel werkwoorden ontstaan door de jaren heen die opgebouwd worden uit een zelfstandig naamwoord en een werkwoord. Denk daarbij onder andere aan videobellen, stofzuigen, actievoeren, zakendoen, gebruikmaken en internetbankieren. Deze kun je onderverdelen in niet-scheidbare en scheidbare werkwoorden.

Scheidbare werkwoorden kun je in eerste instantie herkennen aan de vervoeging van het werkwoord. Als het zelfstandig naamwoord los van het werkwoord komt te staan bij de vervoeging, dan is het scheidbaar. Het woord zegt het eigenlijk al, je kunt de twee delen scheiden zonder dat dit fouten of betekenisverschillen oplevert. Kijk maar naar de volgende voorbeelden:

  • Hij internetbankierde (niet: hij bankierde internet)
  • Zij voeren actie (niet: zij actievoeren)

videobellen

Scheidbaar werkwoord

Kan het los? Dan is het dus scheidbaar. Je kunt dit ook vaak zien aan de functie van het zelfstandig naamwoord: als het als lijdend voorwerp wordt gebruikt, is het scheidbaar. Als je bijvoorbeeld zegt: Marion maakte plaats voor hem, dan is plaats het lijdend voorwerp bij maken. Bij videobellen geldt dit dan weer niet, omdat het niet de video is die gebeld wordt. Dat komt omdat video in dit geval wordt gezien als onderdeel van een woordgroep met een voorzetsel dat is weggelaten: je belt door middel van een video.

Er zijn wel uitzonderingen op deze regel. Denk bijvoorbeeld aan stofzuigen. In principe kan stof fungeren als een lijdend voorwerp, maar toch is het jij stofzuigt in plaats van jij zuigt stof. 

Dan rest nog de vraag wat die scheidbaarheid dan betekent voor de vorming van het voltooid deelwoord. Dat is heel simpel: als het werkwoord niet-scheidbaar is, dan komt de ge- van het voltooid deelwoord vooraan te staan. De delen zijn immers niet uit elkaar te halen en daar ga je dus ook niets tussen plakken. Is het werkwoord scheidbaar net als bij plaatsmaken, dan komt het voorvoegsel er wel tussen te staan: plaatsgemaakt.

Bekijk eventueel ook de pagina van het Genootschap Onze Taal over dit onderwerp.

Twijfelen of weifelen

Twijfelen of weifelen – wat is correct?

Er is iets waar je best over kunt twijfelen: is het eigenlijk wel twijfelen? Of is weifelen een veel betere optie? De vraag is in dit geval vooral: wat is het verschil tussen deze werkwoorden?

Qua betekenis komen weifelen en twijfelen voor een groot deel overeen. Ze geven aan dat degene die het werkwoord bezigt nog niet weet wat hij of zij moet doen, dat iemand aan het wikken en wegen is. Misschien dat we iets kunnen afleiden uit de herkomst van beide woorden.

Hier uw advertentie?

Het werkwoord weifelen is afgeleid van wuiven. Je kunt het dus zien alsof je een tijdje van de ene optie naar de andere optie zwaait en weer terug zonder dat je een keuze kunt maken tussen een van beide. Twijfelen is, zoals je waarschijnlijk al verwacht, afgeleid van twijfel. Dit zelfstandig naamwoord is vervolgens weer gebaseerd op twee en is ontstaan om een gevoel aan te geven van tweestrijd tussen twee opties.

Die tweestrijd waar twijfelen van afgeleid is, duidt meteen ook het minieme verschil tussen beide werkwoorden aan. Een tweestrijd wijst op een situatie waarbij er meerdere mogelijkheden zijn en je niet weet welke je moet kiezen. Je kunt bijvoorbeeld twijfelen aan iemands kennis, twijfelen tussen een hond en een kat of twijfelen over je sollicitatiebrief. Ook als je weifelt ben je niet zeker van je zaak. Het verschil is vooral dat dit werkwoord meer aarzeling uitdrukt dan een letterlijke twijfel: doe ik het of doe ik het niet. Kijk maar naar de volgende voorbeelden:

  • De sporter weifelde over zijn deelname, maar zei uiteindelijk toch ja tegen de redactie van Wie is de Mol.
  • Omdat hij zo lang weifelde over het juiste perron miste hij zijn trein.

twijfelen of weifelen

Je ziet hieraan dat beide werkwoorden eigenlijk hetzelfde betekenen: er zijn meerdere opties en je kunt niet kiezen. Er is een nuanceverschil tussen beide, maar dit levert eigenlijk bijna nooit een incorrecte interpretatie op. Daarom is het in bijna alle gevallen prima mogelijk om beide werkwoorden te gebruiken zonder dat er iets verandert in de betekenis.

Bekijk eventueel ook de pagina van het Genootschap Onze Taal over dit onderwerp.

Jij of je

Jij of je – is er een verschil?

Wat vind je ervan als we het eens hebben over het verschil tussen jij en je? Je ziet dat deze persoonlijke voornaamwoorden regelmatig door elkaar gebruikt worden in een tekst. Maar wanneer gebruik je nou welke variant? Of kunnen ze door elkaar worden gebruikt?

Het antwoord op deze vraag is te vinden in de nadruk die je op het woord wilt leggen. Kijk maar eens naar de volgende zinnen:

  • Heb jij mijn mok gebroken?
  • Heb je mijn mok gebroken?
  • Je zou de hond toch uitlaten?
  • Jij zou de hond toch uitlaten?
Hier uw advertentie?

In beide combinaties zie je hier dat het gebruik van jij of je bepalend is voor wat de zin impliceert. In de eerste zin wil de persoon bijvoorbeeld weten wie zijn of haar mok heeft gebroken, terwijl in de tweede zin wordt gevraagd of de mok is gebroken of niet. Hetzelfde gebeurt in de andere twee zinnen. Je zou de hond toch uitlaten kan worden gevolgd door de vraag: waarom zit je dan nu op de bank televisie te kijken? Gebruik je jij dan verwacht je eerder een vraag als: waarom zie ik dan net onze zoon met de hond naar buiten lopen?

Jij geeft dus nadruk aan degene die het doet, terwijl je een stuk neutraler is. Daarom kun je je ook prima gebruiken als alternatief voor de nadrukkelijkere vormen jou en jouw – waarin er eenzelfde verschil in betekenis is aan te wijzen – of als je men bedoelt:

  • Je moet de dag plukken!                          Men moet de dag plukken!
  • Ik heb een boek voor je gekocht            Ik heb een boek voor jou gekocht
  • Je moeder deed de deur open                Jouw moeder deed de deur open

Jij of je

Kortom: twijfel je over het gebruik van je of jij? Bedenk dan vooral eens goed wat je intentie is. Wil je nadruk leggen, gebruik dan jij. Is dat niet zo? Dan is je ook een prima optie.

Bekijk eventueel ook de pagina van het Genootschap Onze Taal over dit onderwerp.

Ervan uitgaan

Is ervan uitgaan correct?

Er zullen veel mensen zijn die tegen dit probleem aanlopen: is het ergens vanuit gaan, ergens van uitgaan of ergens van uit gaan? Wat een hoop spaties toch allemaal! Dit is niet het enige werkwoord waarbij het soms een raadsel kan zijn. Er zijn meer lastige werkwoorden die met er, daar, hier en waar gecombineerd kunnen worden.

Hier uw advertentie?

Wat is het hoofdwerkwoord?

De basisregel die je hierbij kunt aanhouden is: bepaal eerst wat het hoofdwerkwoord is van de combinatie. In dit geval is dat uitgaan. Je kunt het dus zien als een werkwoord dat in twee delen is opgedeeld. Het ene deel is uitgaan het andere ervan. Beide delen kunnen in sommige zinsconstructies weer opgedeeld worden in twee losse woorden: er, van, uit en gaan. Wat je hierbij moet onthouden, is dat de losse woorden van het eerste deel nooit vast worden geschreven aan de losse woorden van het tweede deel, wat de woordvolgorde ook is. Je krijgt dus in dit geval nooit vanuit. Kijk maar naar de volgende voorbeelden:

  • Charles ging ervan uit dat Loes uit zichzelf de afwas zou gaan doen.
  • Ervan uitgaande dat de arts gelijk had, begon zij aan de kuur.
  • Ik ben ervan uitgegaan dat ik er even lang over zou doen als de laatste keer.
  • Het is goed om daarvan uit te gaan.
  • Vader en moeder gaan er voor het gemak van uit dat hun kinderen goed op hun huis konden passen tijdens hun vakantie.

ervan uitgaan

Natuurlijk komt het woord vanuit wel gewoon voor in onze taal: Vanuit zijn oogpunt was dat een foute beslissing. In dat geval is vanuit een voorzetsel en geen samenstelling van van en uit.

Heb je vaker taalvragen, stel ze aan De Schrijfdokter. Ook voor een offerte mag je ons benaderen. Wij hanteren altijd de spellingsregels van het Genootschap Onze Taal in Den Haag.

Tautologie of pleonasme

Tautologie of pleonasme – wat is het verschil?

Ieder van ons heeft op de middelbare school les gehad over de vraag; is het tautologie of pleonasme. Deze staan allebei voor een fenomeen in de taalkunde waarbij twee keer hetzelfde of deels hetzelfde wordt gezegd. Maar wat is het verschil?

Hier uw advertentie?

Tautologie

Bij een tautologie wordt de hele betekenis van het ene woord herhaald door een ander woord te gebruiken met dezelfde betekenis én dezelfde woordsoort. Je ziet dan bijvoorbeeld twee bijwoorden, bijvoeglijk naamwoorden of zelfstandig naamwoorden die precies hetzelfde aanduiden. Lastig? Dat zal ongetwijfeld. Dus kijk eens naar de volgende voorbeelden:

  • Hij lust heel veel dingen niet, zoals bijvoorbeeld olijven, knoflook en champignons.
  • Brenda had geen zin, want ze had immers erg weinig geslapen.
  • Uiteraard gaan opa en oma vanzelfsprekend naar de verjaardag van hun kleindochter.
  • Eerst moest Robert de afwas doen, voordat zijn vriendin langs zou komen.

Pleonasme

Een pleonasme lijkt op een tautologie, aangezien het ook duidt op een herhaling van betekenis. Bij een pleonasme is het echter vaak een deel van de betekenis en wordt de herhaling uitgedrukt door een woord met een andere woordsoort. Meestal is het een combinatie van een bijvoeglijk en een zelfstandig naamwoord, maar andere combinaties zijn mogelijk:

  • Witte sneeuw
  • In staat zijn om te kunnen lezen
  • Rode klaprozen
  • Het was verplicht om een veiligheidshesje aan te moeten doen
  • Houten takken

pleonasme

Je kunt je afvragen of je tautologieën en pleonasmen mag gebruiken of niet. In theorie zijn het constructies die je wilt vermijden. Toch zijn daar ook uitzonderingen op. Zo zijn er inmiddels ingeburgerde combinaties te bedenken. Denk aan open en bloot, gratis en voor niets. Daarnaast zijn beide fenomenen te gebruiken als stijlfiguur. De schrijver gebruikt in dat geval deze “incorrecte” combinaties om extra kracht mee te geven aan wat je wil uitdrukken:

  • een oude opa
  • naar beneden langs de helling afdalen
  • een kleine kabouter
  • overbodige ballast
  • opnieuw hervatten

Vind je dit lastig en heb je vaker taalvragen? Stel ze gerust aan De Schrijfdokter. Ook voor een offerte mag je ons benaderen. Wij volgen altijd de regels en richtlijnen van het Genootschap Onze Taal in Den Haag.

 

Samenstellingen met een werkwoord

Stam van het werkwoord

Als je te maken hebt met een samenstelling van een werkwoord met daarachter een zelfstandig naamwoord of achtervoegsel, gebruik je over het algemeen genomen de stam van het werkwoord. Kijk maar naar werkplaats (van het werkwoord werken), kijkbuis (kijken) en zwemband (zwemmen).

Hier uw advertentie?

Uitzondering

Toch is er ook een soort werkwoord waarbij dit niet zo is: de werkwoorden met maar één lettergreep. Denk hierbij aan werkwoorden als gaan, zien en doen. Dit leidt tot moeilijkheden met het bepalen van de stam om bij samenstellingen te gebruiken. Normaal gesproken bepaal je de stam door ­-en weg te halen. Dat kan in deze gevallen niet. Je haalt dus alleen de -n weg. De vraag is wel: hoe doe je dat dan met samenstellingen?

Over het algemeen geldt dat samenstellingen met een werkwoord met één lettergreep amper voorkomen. Vaak zie je dat een samenstelling met een achtervoegsel nog wel gebruikt wordt (ziener, doenlijk). Samenstellingen met een zelfstandig naamwoord vind je amper. Maar een voorbeeld daarvan is staanplaats. In de naslagwerken vind je zowel de vorm met de stam in combinatie met plaats – staplaats dus – als een vorm met het hele werkwoord, staanplaats. Wat je daarbij vaak ziet is dat de vorm die de eerder beschreven regel voorschrijft een oudere vorm is.

De vorm met het hele werkwoord is vaak moderner en inmiddels ingeburgerd genoeg om goedgekeurd en gebruikt te worden. Al geldt dat weer niet voor het woord staantafel, wat natuurlijk statafel moet zijn. Gebruik in dat geval gerust hangtafel, ook dan weet iedereen wat je bedoelt. 🙂

Hoofdletter bij religieuze begrippen

Wanneer hoofdletter?

Of je nu gelovig bent of niet, er blijft altijd één belangrijke vraag over: wanneer gebruik je nou wel een hoofdletter bij religieuze begrippen en wanneer niet? In principe is er ook maar één antwoord op die vraag. Spreek je van de officiële naam van een kerkgenootschap? Dan wordt deze naam met een of meerdere hoofdletters geschreven. Denk hierbij aan: de Nederlandse Hervormde Kerk, Islamitisch Genootschap Nederlands.

Hier uw advertentie?

Wanneer kleine letter

In alle andere gevallen schrijf je een kleine letter, of het nu om een stroming gaat, de aanhangers van die stroming en de bijvoeglijk naamwoorden die ervan zijn afgeleid:

  • Caroline stond bekend als boeddhist.
  • De Protestantse Kerk heeft zowel lutheranen als aanhangers van het calvinisme in haar gelederen.
  • Er zijn verschillende soennitische gelovigen die het niet eens waren met de denkbeelden van hun religieus leider.
  • Zijn atheïstische denkbeelden vielen niet in de smaak bij zijn Russisch-orthodoxe schoonouders.

Op de kaft van dit boek staat het dus NIET correct geschreven.

Nu zul je je naar aanleiding van deze voorbeelden het volgende afvragen: waarom schrijf je Russisch-orthodox dan wel met een hoofdletter? Dat is toch geen officiële naam? Dat is inderdaad zo. De enige uitzondering op bovenstaande regel wordt gevormd door die delen van de religieuze benaming die een geografisch karakter hebben. Hetzelfde geldt bijvoorbeeld voor Grieks-orthodox. Let wel op: bij rooms-katholiek heb je weer te maken met een uitzondering op de uitzonderingsregel. Dat komt omdat rooms niet meer naar een specifieke plek verwijst, maar betrekking heeft op een specifieke kerk.

Bekijk eventueel de pagina van het Genootschap Onze Taal over dit onderwerp.