Tagarchief: videobellen

Videobellen

Het werkwoord videobellen

We hebben het allemaal weleens gedaan, voor je werk, voor school of gewoon om sociale contacten te onderhouden: videobellen. Maar wat nou als je iemand wil vertellen hoe dat ging? Heb je dan videogebeld of toch gevideobeld?

Niet-scheidbaar werkwoord

In principe kun je beide vormen gebruiken, maar de bekende spellingsgidsen geven de voorkeur aan gevideobeld. Dat komt omdat je het werkwoord kan scharen onder de zogenaamde niet-scheidbare werkwoorden. Er zijn veel werkwoorden ontstaan door de jaren heen die opgebouwd worden uit een zelfstandig naamwoord en een werkwoord. Denk daarbij onder andere aan videobellen, stofzuigen, actievoeren, zakendoen, gebruikmaken en internetbankieren. Deze kun je onderverdelen in niet-scheidbare en scheidbare werkwoorden.

Scheidbare werkwoorden kun je in eerste instantie herkennen aan de vervoeging van het werkwoord. Als het zelfstandig naamwoord los van het werkwoord komt te staan bij de vervoeging, dan is het scheidbaar. Het woord zegt het eigenlijk al, je kunt de twee delen scheiden zonder dat dit fouten of betekenisverschillen oplevert. Kijk maar naar de volgende voorbeelden:

  • Hij internetbankierde (niet: hij bankierde internet)
  • Zij voeren actie (niet: zij actievoeren)

videobellen

Scheidbaar werkwoord

Kan het los? Dan is het dus scheidbaar. Je kunt dit ook vaak zien aan de functie van het zelfstandig naamwoord: als het als lijdend voorwerp wordt gebruikt, is het scheidbaar. Als je bijvoorbeeld zegt: Marion maakte plaats voor hem, dan is plaats het lijdend voorwerp bij maken. Bij videobellen geldt dit dan weer niet, omdat het niet de video is die gebeld wordt. Dat komt omdat video in dit geval wordt gezien als onderdeel van een woordgroep met een voorzetsel dat is weggelaten: je belt door middel van een video.

Er zijn wel uitzonderingen op deze regel. Denk bijvoorbeeld aan stofzuigen. In principe kan stof fungeren als een lijdend voorwerp, maar toch is het jij stofzuigt in plaats van jij zuigt stof. 

Dan rest nog de vraag wat die scheidbaarheid dan betekent voor de vorming van het voltooid deelwoord. Dat is heel simpel: als het werkwoord niet-scheidbaar is, dan komt de ge- van het voltooid deelwoord vooraan te staan. De delen zijn immers niet uit elkaar te halen en daar ga je dus ook niets tussen plakken. Is het werkwoord scheidbaar net als bij plaatsmaken, dan komt het voorvoegsel er wel tussen te staan: plaatsgemaakt.

Bekijk eventueel ook de pagina van het Genootschap Onze Taal over dit onderwerp.