Tagarchief: ‘t kofschip

Kofschip

‘t Kofschip – hoe werkt het ook weer?

Voor velen blijft het een drama. Leuk of niet leuk, maar ‘t kofschip is wél een gemakkelijk ezelsbruggetje. Want als jij niet weet wanneer je na een werkwoord in de verleden tijd -de of -te moet gebruiken, dan ben je daar met ‘t Kofschip zo achter.

Vervoegen

Bij sommige vervoegingen van werkwoorden in de verleden tijd is het niet kofschipeenvoudig de uitgang te bepalen. Moest dat nou met -de of met -te? Velen hadden vroeger op school al moeite met dat kofschip-verhaal. Maar ook nu nog denken we nog weleens: “Hoe zat dat ook alweer?” Maar schaam u niet. U bent zeker niet de enige die er weleens last van heeft.

‘t Kofschip

Houd er rekening mee dat u de ‘t’ niet vergeet. Ook deze hoort erbij. Om tot een goede spelling te komen, gaat u als eerste uit van de stam. De stam kan worden omschreven als: de stam van het hele werkwoord zonder de uitgang -en. Wij nemen als voorbeeld het werkwoord halen. De stam is dus haal. Vervolgens kijkt u naar de laatste letter. Komt de de letter l voor in de letters van ‘t kofschip. Nee, dat is niet het geval. Dus wordt de werkwoordsvorm in de verleden tijd haalde of haalden.

Wat gebeurt er als de laatste letter van de stam wél voorkomt in het ‘t kofschip? Als voorbeeld nemen we het werkwoord hakken. De stam is hak en de letter k komt inderdaad voor in ‘t kofschip. Dat betekent concreet dat de werkwoordsvorm in de verleden tijd eindigt op -te. Hij hakte of Zij hakten. Als je dit ezelsbruggetje toepast, houd er dan zogezegd rekening mee dat ook de t hieraan meedoet. Kortom, het gaat om de volgende letters: t, k, f, s, ch en p.

Heeft je tekst een corrector nodig? Benader ons dan gerust. Wij corrigeren boeken, scripties en zakelijke correspondentie. Binnen 24 uur heb je een offerte op maat.