Auteursarchief: admin

Engelse werkwoorden

Engelse werkwoorden – hoe vervoeg ik ze?

Steeds vaker zien we Engelse werkwoorden terug in Nederlandse teksten. Op zich is daar niets mis mee. We weten tenslotte wat ze betekenen. Althans, daar gaan we vanuit. Het is echter wel zo dat ze ook vervoegd moeten worden. En dan zitten velen onder ons plots met de handen in het haar. Want Engelse woorden op z’n Nederlands vervoegen, voelt soms vreemd aan.

 

E-book: ‘De 100 meest voorkomende taalproblemen’ – 150 pagina’s aan eenvoudige taaluitleg

Download hier je e-book

 

engelse werkwoordenEngelse werkwoorden – Nederlandse regels

Hoe tegenstrijdig het soms ook mag voelen, Engelse woorden moeten worden vervoegd  volgens de Nederlandse regels. Dat kan ook haast niet anders. Willen we onze eigen Nederlandse taal nog serieus nemen, dan moeten we de import van Engelse woorden en de daarbij horende regels een beetje moeten inperken.  Voor jullie duidelijkheid gaan we de Nederlandse regels in het kort uitleggen. In de tegenwoordige tijd krijgen dus ook de Engelse woorden de uitgang -t en -en. In de verleden tijd geldt dat voor de uitgangen -de(n) en -te(n). Voor het voltooid deelwoord geldt dat ze net als in het Nederlands de uitgang -d of -t krijgen. In een enkel geval wordt er een tussen-e geschreven, omdat dat voor de uitspraak bevorderlijk is. Het Nederlands vervoegen van Engelse werkwoorden heeft wel enkele gevolgen. Soms zien de vervoegingen er eigenlijk niet uit. De Engelse woorden zijn dusdanig verfomfaaid, dat je denkt dat het foutief geschreven is. Toch is dat niet het geval. Het zij nu eenmaal de regels die passen bij het vervoegen van Engelse woorden in het Nederlands. We geven je enkele voorbeelden.

Werkwoord timen – in dit geval is de extra e noodzakelijk

  • Ik time / timede
  • Jij timet / timede
  • Hij timet / timede
  • Wij timen / timeden
  • Jullie timen / timeden
  • Zij timen / timeden

Werkwoord streamen

  • Ik stream / streamde
  • Jij streamt / streamde
  • Hij streamt / streamde
  • Wij streamen / streamden
  • Jullie streamen / streamden
  • Zij streamen / streamden

Werkwoord racen

  • Ik race / racete
  • Jij racet / racete
  • Hij racet / racete
  • Wij racen / raceten
  • Jullie racen / raceten
  • Zij racen / raceten
Deze werkwoorden spreken eigenlijk voor zich. Met enige logica kom je een heel eind en zul je bij deze werkwoorden niet snel fouten maken. Toch pakken we er nog een ander werkwoord bij. Het is een werkwoord dat echt past bij deze tijd, namelijk liken. En dan doelen we op het liken van van een Facebook-pagina. Te vaak zien we de foutieve vorm ‘ik heb de pagina geliked’. In de verleden tijd zeg je namelijk: “Ik likete de pagina.” Dus ook in de voltooide tijd gebruik je de uitgang -t. Namelijk: “Ik heb de pagina geliket.” engelse werkwoorden Het Genootschap Onze Taal adviseert om het gebruik van Engelse woorden te beperken. Daar waar het echt nodig is en de Engelse variant zelfs een meerwaarde is, kan het zeker gebruikt worden. Maar mocht een Nederlands alternatief voorhanden zijn, dan dient dit als eerst gebruikt te worden. Voor meer informatie over de spellingscontrole van je scriptie of andere teksten kan contact worden opgenomen met Peter Kanters van de De Schrijfdokter. Bel naar 06 – 14 87 45 86 of mail naar info@spellingscontrole.com.

Langeafstandsloper

Langeafstandsloper – is dit zo correct?

De titel van dit bericht – langeafstandsloper – ziet er maar raar uit. Is het wel correct geschreven? In het Nederlands treffen we vaker van dit soort constructies aan. Moet het woord nu aan elkaar worden geschreven? Of hadden we in dit geval moeten kiezen voor de variant lange afstandsloper?
 

E-book: ‘De 100 meest voorkomende taalproblemen’ – 150 pagina’s aan eenvoudige taaluitleg

Download hier je e-book 

 

Langeafstandsloper – wat is juist?

De juiste schrijfwijze is afhankelijk van wat u bedoelt. Daarom kijken we naar de betekenis van het woord. In dit specifieke geval kan het woord twee betekenissen hebben, namelijk:
  1. De lange afstandsloper heeft een lengte van bijvoorbeeld twee meter.
  2. De langeafstandsloper is iemand die graag lange afstanden aflegt.

langeafstandsloper

 
Als we kijken naar de eerste constructie, moet het woord lange inderdaad los van de rest worden geschreven. Lange heeft betrekking op de lengte van de loper (en dus niet op de afstanden). Echter in veel gevallen is optie 2 de juiste. Want of een loper lang is, is in negen van de tien gevallen niet relevant. Dat hij lange afstanden loopt, is veel interessanter. Voor het gemak gaan we ervan uit dat optie 2 de meest gangbare constructie is. De centrale vraag hierin is: Waar slaat het woordje lang op? Slaat het op de lengte van de loper (optie 1) of slaat het op de afstanden die men loopt (optie 2). We nemen er een ander voorbeeld bij. 

Groenezeepfabrikant

Is bovenstaande spelling juist? Ja, het klopt helemaal. Maar ja, het ziet er vreemd uit. Ook dat klopt. Maar taaltechnisch gezien is het helemaal correct. Steker nog, dit woord is een beter voorbeeld dan de langeafstandsloper. Zou je kiezen voor de optie groene zeepfabrikant, dan zeg je eigenlijk dat de fabrikant groen is. En dat was niet de bedoeling. Kies je voor de optie groenezeepfabrikant, dan spreek je over een fabrikant die groene zeep fabriceert. En dat wilden we tenslotte zeggen. Het ziet er soms vreemd uit om dit soort woorden aan elkaar te schrijven, maar we zijn ertoe genoodzaakt. Anders spreken we onbedoeld over een lange loper of een groene fabrikant.